Wat is tegenwoordig de stad?
Of beter gezegd wat is stedelijkheid? De stad zoals wij die aanduiden, bestaat al een tijd niet meer niet meer. Dat is een stad van binnen en buiten. De laatste tientallen jaren is het urbane erg veranderd: een urbaan veld spreidt zich uit over het landschap. De stad is overal. En dan hebben we het niet alleen over woonwijken maar elk stedelijk fenomeen, zoals snelwegen, kantoren, maar ook vakantiewoningen, supermarkten, tankstations. Dat is een proces wat zowel de stad als het platteland ingrijpend verandert. In de jaren ‘70 en ‘80 ontstond er het idee dat de stad zoals wij die kennen failliet was. Een uitgeholde stad. Echter de meeste binnensteden zijn tegenwoordig weer zeer vitaal. De stad blijft een knooppunt. Een ontmoeting. De stad zorgt nog altijd voor een fysieke koppeling en mogelijke botsing tussen systemen; of dat nu het wegennet is,een glasvezelnetwerk of een sociaal netwerk.
De huidige werkelijkheid kan niet gevangen worden in de ideeën van stad en platteland. De stad is geen herkenbaar object meer. De Franse filosoof Henri Lefebvre gaf een aantal criteria om stedelijkheid te benoemen, hij koppelde de begrippen stad en ruimte aan een sociale theorie.
Hij stelt dat stedelijkheid zich laat zien als er bepaalde fenomenen aanwezig zijn:
Ten eerste moet er een bepaald niveau van bemiddeling/tussenkomst zijn, dus een orde van sociale realiteit. De stad werkt als een bemiddelaar, hij brengt datgene wat heel dichtbij staat: het private, het alledaagse, en de woning in contact met datgene wat verweg staat: het globale, de staat, de kennis en het ideologische. Het werkt als een station, een communicatiemiddel. Echter in een geürbaniseerde samenleving is er een risico dat het urbane niveau wegvalt tussen het private en het globale, door privatisering en individualisering.
Het tweede fenomeen dat aanwezig dient te zijn is centralisatie. Dit is de sociale vorm van de stad, de stad betekent een uitwisseling, een toenadering, een samenkomst, een verzameling en een ontmoeting. “De stad creëert een situatie waarin dingen niet los van elkaar bestaan” (Lefebvre) Op dat punt wordt het normale afgebroken en krijg je het onverwachte.
Ten derde is de stad een plaats van verschillen. Ruimte- en tijdsafstanden worden vervangen door tegenstellingen, contrasten, naast elkaar stellingen en verschillende realiteiten. De stad kan gedefinieerd worden als een plaats waar verschillen gekend worden, herkend worden, getest worden, elkaar bevestigen of compenseren. Verschillen moeten daarbij duidelijk uit elkaar gehouden worden met bijzonderheden: verschillen zijn elementen van actieve relaties terwijl bijzonderheden onderling geïsoleerd zijn. Bijzonderheden komen van de natuur, van de plaats, van natuurlijke bronnen.
Zij zijn gebonden aan lokale condities en zijn gerelateerd aan de plattelandssamenleving.